Het Plein

Het Plein

Het Plein

Info uit "duizend Kortrijkse straten", Egied van Hoonacker, 1986.
K. Van de Groeningestraat tot de Gentsestraat. De noordkant is een rijksweg. 125
won. 210 bew. In 1815 waren er 105 huizen en 525 bew. Pl. G6.
De Fransen legden in 1667 het Plein aan om voor hun citadel een open ruimte te bekomen;
vandaar de eerste benaming ESPLANADE, naar het Italiaans Spianata, open plaats voor een
vesting om het naderen van de vijand te zien. Hiervoor verdwenen twee kloosters, het
Groeningestraatje, de Blieckerstraet, het Pachtgoedstraetkin, het oostelijke deel van de
Kanunnikstraat, een deel van de Lange-Brugstraat en de Harelbekestraat.
Aanvankelijk was het Plein veel groter. Het strekte zich aan de oostkant uit tot aan de vesten
ter hoogte van de huidige Groeningelaan. Rond 1740 kreeg het Plein zijn definitieve vorm
door het planten van bomen volgens een driehoekig grondplan. Tussen deze driehoekige
ruimte en de Groeningelaan werden paardestallen gebouwd. Volgens De Potter werd er in
1758 van het Plein een mooie wandelplaats gemaakt om te voorkomen dat de burgers zich
buiten de stad zouden begeven om zich te vermaken en te drinken. Op de oostkant, waar nu
het Sint-Jozefinstituut staat, stond van 1763 tot 1810 de vogelmast van de handboogschutters.
In 1795 werden de bomen geveld. Dertien jaar later werden nieuwe bomen geplant en werd
het Plein met een haag afgesloten. De aanleg was geometrisch en volgens de Franse stijl van
parkaanleg, die toen toonaangevend was. In september 1810 werden drie hekkens geplaatst
die ‘s avonds gesloten werden. In het midden lag een vijver. Toen het water eens tot aan de
deuren van de aanpalende huizen kwam, werd in 1852 de vijver in verbinding gebracht met de
riool van de Kleine Leiestraat. De straat aan de oostkant, die op een breedte van 3 m
geplaveid was, werd in 1867 op 6 m gebracht.
In 1878 werd een ijzeren hekken geplaatst. Het politiereglement van 1879 bepaalde dat het
beluik van het Plein bij regen en dooi moest gesloten zijn. Het sluiten ‘s avonds werd door
een bel aangekondigd. De bewaker stond op gelijke voet met een politieman. Het was
verboden op de afsluiting of op de bomen te klimmen. Er mochten geen wagens, paarden of
vee in het beluik komen. Het was verboden vogels te roven, muziek te maken, te venten, met
voorwerpen te gooien, “vuilnissen te doen” enz. De vijver in het midden van het Plein was in
1876 een stinkend moeras geworden en werd gedempt. Op die plaats werd tijdens de kermis
van 1887 een kiosk ingewijd. Tot in de jaren 1920 werd er elke zondag een concert gehouden.
Het stadsmuziek hield in 1955 het laatste concert ter gelegenheid van Kortrijk-kermis. De
kiosk werd samen met de ijzeren omheining rond 1960 gesloopt. Op die plaats kwam in 1966
een ronde vijver met fonteinen. Er bestond toen ook een ontwerp om in het midden van het
Plein de Guldensporenslag uit te beelden.
Aan de noordkant werd een kaartershuisje opgericht, waar rond twee tafels de bejaarden kaart
kunnen spelen. Waar het Plein voor 1968 hoofd zakelijk bewandeld werd door de oudjes van
het bejaardentehuis Sint-Jozef, is het nu een pleister plaats voor de jeugd van de twee
aanpalende scholen. De beplanting bestaat hoofdzakelijk uit linden en kastanjebomen.
Wanneer de bomen afsterven, worden ze door platanen vervangen. Tijdens de nachtelijke
storm van 27.11.1983 braken er nog twee oude bomen middendoor. Van 1908 tot 1958 lagen
aan de noordkant van het Plein de sporen van de buurttram Kortrijk Deerlijk.
Het Plein heeft tijdens zijn geschiedenis heel wat meegemaakt. Volgens de overlevering
sneuvelde op die plaats Robrecht van Artois tijdens de Guldensporenslag. Op 13.2.1664
brandde de stal van het oud Kapucinessenklooster waarbij 65 mooie paarden omkwamen, Op
16.3.1697 werd op het Plein een soldaat opgehangen wegens verraad. Opstandige wevers
vergaderden er op 19.9.1741. Tijdens een volksspel, het kappen van een gans, werd op
23.5.1743 in de herberg Oost Indiën een meisje gedood. Op 5.12.1742 werd een Ier, die uit
het Engels garnizoen gedeserteerd was, van de Roeland naar het Plein geleid. Naast hem
liepen vier soldaten en voorop werd zijn doodkist gedragen. Hij omhelsde de zeven
grenadiers, trok zijn witte muts voor de ogen, knielde voor de muur van het Sint-
Niklaasklooster en werd “gearquebuseerd”. Tijdens de storm van 2.8.1752 stortten de
stallingen aan het Plein in, hierbij kwam een man om. Van 1889 tot 1910 werden op het Plein
wielerwedstrijden gehouden. Van 1838 tot 1939 was er jaarlijks een schapen- en
geitenkeuring. Tot voor W.O.I werd er een paardejaarmarkt gehouden. Tot voor enkele jaren
werden er door het Sint-Jozefinstituut sportlessen gehouden. Op 28.1.1918 vielen er bommen
op de westkant van het Plein. Vier burgers en een militair kwamen om. Op 1.4.1918 vielen
vier obussen op het Plein met opnieuw vier doden.
Op 27.5.1940, tijdens het oprukken van het Duits leger, werd vlak tegenover het Fort een
kolonne door vliegtuigen gemitrailleerd. Vijf soldaten sneuvelden en werden voorlopig
begraven in het grasperk tegenover de Houtmarkt. Boven elk kruisje prijkte een Duitse helm.
Ondermijnd door grondwerken, stortten op 21.11.1984 twee klaslokalen van het O.-L.-
Vrouw-ter-Engelenlyceum aan de Fortstraat in. Twee kinderen kamen om en meer dan 30
kinderen werden gehospitaliseerd.
Tussen de Kleine Leiestraat en de Fortstraat stonden tot in 1975 vijf huizen. Het nr. 1, op de
hoek van de Kleine Leiestraat was café In Prins Leopold, waar met de zottebolle gespeeld
werd. Het nr. 3 was café Het Lindeke met een mooie gevel uit ca. 1715. Het was het lokaal
van de Jonge Lindebolders die in de jaren 1920-30 ter gelegenheid van Kortrijk-kermis een
grote wedstrijd voor de zottebolle organiseerden. In 1898 was de benaming van het café In het
Groot Park. Het Lindeke zelf stond tot in 1891 aan de overkant van de straat en werd toen
gesloopt om de straat te verbreden Aan de oostkant van Het Lindeke stond in de 17de-18de
eeuw de her berg Brussel. Op de plaats van die vijf huizen bouwde de Mij. De Goedkope
Woning 70 flats (Zie Kleine Leiestraat).
Evenwijdig met de Kleine Leiestraat en een dertigtal meter naar het oosten ligt een straat die
de niet officiële namen draagt FORTSTRAAT, Kleine Fortstraat of Toveressestraatje. De
benaming Fortstraat komt al voor in 1854. Het stadsverslag van 1899 spreekt van het Impasse
du Fort. Het straatje, dat aan de westkant bewoond was door arme mensen, was toen in een
modderpoel herschapen en werd hetzelfde jaar genivelleerd en voorzien van trottoirs. Aan de
oostkant van de Fortstraat werd in 1854 de brouwerij Le Fort van Verscheure, later Van
Damme Verscheure, opgericht. Het woonhuis nr. 13 werd in 1870 opgetrokken. Vanaf 1912
woonde er de wijnhandelaar De la Croix. Vanaf 1935 was er de koffiebranderij Verscheure en
van 1950 tot 1983 Bruynooghe. In dit huis werd in 1932 de internationaal bekende componist
en pianovirtuoos François Glorieux geboren. Wat verder in het straatje staat een zijvleugel
van het Fort, vroeger de ingang van het Arm Fort.
Ter hoogte van de Kleine Leiestraat en de Fortstraat stond van 1632 tot 1667 het
Kapucinessenklooster, opgericht door drie zusters afkomstig van Sint-Winoksbergen. Het
gebouw werd in 1667 met de aanpalende huizen, die toen deel uitmaakten van de
Kanunnikstraat, gesloopt voor de aanleg van de Esplanade.
Aan de noordkant van het Plein bouwden de Fransen in 1646 een citadel voorzien van een
indrukwekkend net van bastions en ravelijnen. De citadel werd in 1684 gesloopt. Rond 1690
werd een kleinere citadel gebouwd die in de tweede helft van de 18de eeuw volledig in verval
geraakte. Het terrein, genoemd Het Fort, werd in 1782 openbaar verkocht. De Zusters van
Liefde, die uit Gent kwamen, kochten de grond van de heer Braeck en bouwden er in 1814
een school. Het instituut O.-L.-Vrouw-ter-Engelen, in de volksmond het Fort, breidde zich
stilaan uit en reikt nu tot aan de Kleine Leiestraat. Tijdens W.O.I was het een Feldlazarett. Op
21.10.1918 werden 300 slachtoffers van de gasaanval in het Avelgemse binnengebracht. 92
burgers zijn er overleden. Tijdens de jaarlijkse Heilige-Sakramentsprocessie waren er twee
altaren opgericht. Een voor het Instituut-ter-Engelen en een in de Doorniksestraat. De
processie werd gehouden de zondag na Sakramentsdag en trok in 1965 voor de laatste maal
rond. Zij vertrok aan de Sint-Maartenskerk en doorliep de Leiestraat, Gentkaai,
Groeningestraat, Plein, Lange Steenstraat, Doorniksestraat en de Grote Markt.
Het nr. 15, naast het Fort, was de herberg Le Port, sedert enkele jaren Het Kroegje en nu The
Royal Inn. In Le Port grepen in 1877 de eerste socialistische meetings van Kortrijk plaats. Le
Château d’Or was een ander café op het Plein, dat eveneens diende als vergaderplaats voor de
socialisten. Tussen het Fort en de Gentsestraat lag in de 19de eeuw een straatje van 4 m
breedte, dat van het Plein naar het noorden liep. Aan de oostkant van het steegje stonden
LUSTENSHUIZEN, twaalf aaneengesloten eenlaagshuizen, die toebehoorden aan Lust-De
Lavaleye. Er was maar één waterpomp en één W.C. Elk huisje had een oppervlakte van
slechts 14,35 m². Er woonden daar 45 mensen. De huisjes stonden in 1866 in de weg voor het
verkavelingsplan aan de oost kant van de Gentsestraat. Na een proces tussen het stadsbestuur
en Lust werden zij in 1869 gesloopt.
Op de oostkant van het Plein is op het nr. 23 de firma Vandommele gevestigd. Deze firma
werd in 1924 opgericht en is bekend voor het vervaardigen van stempel en stempelmachines.
Er naast staat de Groeninge-residentie een flat van zes verdiepingen. Het werd in 1938
opgetrokken en is een van de eerste flatgebouwen van Kortrijk. Op die plaats woonde Alberic
Goethals, die in de jaren 1850 de eerste foto’s maakte van Kortrijkse straten. Wat verder staat
de Groeningepoort, in 1908 opgetrokken naar de plannen van architect Jos Viérin. Ernaast
staat het huis waar Dr. J. Doutreligne woonde en waar in 1907 het Sint-Jozefinstituut geopend
werd. Het huis werd naar het zuiden toe vergroot. Nadien werden achteraan tot aan de
Langemeersstraat nieuwe schoolgebouwen opgetrokken.
Ten westen van het Sint-Jozefinstituut lag de BOTERSTUL, een steegje met in 1815 18
huizen en 99 bewoners. In 1900 waren er nog 22 huizen. De benaming Boterstul bestond al in
1815 en werd door de GR van 30.5.1876 officieel. L. Prévost kocht de huizen in 1909 en liet
aan de straat kant de huizen nrs. 27-29 bouwen met achteraan de nu nog bestaande
pettenfabriek. Op de oosthoek van de Langemeersstraat stond in de 16de-18de eeuw het huis
De Tanghe. Leon de Lavaleye, die van 1783 en 1834 onder drie verschillende besturen
belastingontvanger was, bouwde er in het begin van de 19de eeuw een huis met empiregevel.
Van rond 1890 tot 1969 woonde er de antiquair Croquison, daarna P. Pauwels. Het huis is
sedert 20.12.1974 beschermd. Sedert maart 1981 is het een kantoor van het Gemeentekrediet
van België, dat het gebouw grondig liet restaureren.
De oudste huizen aan de westkant van het Plein werden in 1777 gebouwd. Het nr. 39 is een
zijvleugel van de Sint-Niklaaskliniek, die in 1975 in gebruik genomen werd. Het nr. 48, de
noordhoek van de Houtmarkt, was café ‘t Zulleken, daarna Takademietje en ‘t Pleintje.
Tussen de nrs. 49-50 is een nis aangebracht met een groot Sint-Rochusbeeld uit 1850. Het nr.
52 a is de achterdeur van de Loge. Het nr. 52 is het Vrouwenhuis. Op de nrs. 54-55 woont
Lucien Maes, die er zijn atelier heeft. Hij werd in Kortrijk geboren in 1907 en is de laatste
vioolbouwer van België. Het nr. 60 was café In ‘t Klein Park. De twee laatste huizen waren in
1898 nr. 63 café Au Marin en nr. 64 het nu nog bestaande café Métropole.

Object hiërarchie: 1 items

Locatie